Naar aanleiding van een bezoek van Greet Kappers aan mijn expositie “GEVONDEN” in de Catharinakerk in Doetinchem werd ik door haar geïnterviewd en staat dit artikel nu in de Veluwse Courant:


Ik maak de wond schoon en dan komt er een mens tevoorschijn

De Apeldoornse Wiebe van Dingen maakt van hout en ander zogenaamd waardeloos materiaal de mooiste beelden.  Dat alles is begonnen met het maken van ‘gebedsnoten’, een kleinood dat stamt uit het begin van onze jaartelling.

Wiebe was een jaar of zeventien toen een vriend zomaar uit het niets tegen hem zei: “Ik heb het idee dat God iets tegen je wil zeggen. Hij gaat je een kleinood geven en dat zal Hem eren.” Daarna heeft het tien jaar geduurd voordat de betekenis van deze uitspraak duidelijk werd. Wiebe: “Ik wist wel dat er iets was dat op mij wachtte, maar ik had er geen idee van wat dat was en waar ik het kon vinden. 

Tien jaar later, ik was toen zevenentwintig, kwam ik in het Rijksmuseum. Daar wees iemand mij op een voorwerp uit de middeleeuwen en dat was een bol van buxus hout, verdeeld in twee helften. Op de binnenkant van deze twee helften waren heel fijne tafereeltjes uitgesneden waar ik de geboorte en het lijden en sterven van Jezus in herkende. De beiden helften waren aan elkaar verbonden door een scharnier. Het was duidelijk dat dit iets was om mee op reis te nemen: het evangelie in een notendop. Het was de eerste keer dat ik een ‘gebedsnoot’ zag. Enkele jaren later kreeg ik het idee om dit middeleeuwse kleinood op een andere manier weer tot leven te wekken. Ik had daarbij de gedachte dat God zich wil openbaren en tussen de mensen wil wonen. Hij is de hoorder van gebed. Ik ben daarin met mijn handen een instrument. Zo begon ik kleine gebedsnoten van hout te maken. Op de vlakke binnenkanten hiervan kan de bezitter iets schrijven: een naam, een symbool, een gebed, dat je altijd bij je draagt. Een reisaltaar voor wie onderweg is. Op het moment dat het gebed is verhoord of als je vindt dat het genoeg is geweest neem je gewoon een schuurpapiertje om het opgeschrevene weg te schuren en er iets nieuws op te schrijven.” 

Als christen en kunstenaar is Wiebe dienstbaar aan alle mensen, gelovig of niet. De Bijbel is de basis van waaruit hij leeft. Wat hem bezielt is het inspirerende spreken van God, Die erop uit is om anderen momenten van blijdschap en geluk te geven. Door het maken van de beelden kan hij iets overdragen van wat voor hem het christendom in de kern is: Liefde in aktie. 

Hij vertelt: “Ik was eens met mijn gebedsnoten op een expositie. In alle vroegte kwam er een man naar me toe die direct herkende wat ik daar had liggen. Dat was erg vreemd omdat het de eerste keer was dat ik de gebedsnoot presenteerde. Hoe kon hij weten wat dit was? Hij bleek uit Irak te komen en vertelde dat in de christelijke gemeenten daar de voorgangers op christelijke feestdagen altijd een gebedskleed of toga dragen met in hun binnenzak een gebedsnoot. Gebedsnoten zijn zo oud als de tijd van de eerste gemeente uit Handelingen 2 en van voor de tijd dat er kerkgenootschappen bestonden. De gebedsnoot brengt mij ook terug naar die periode van de eerste christengemeenschappen. Daar voel ik mij heel erg mee verbonden.” 

Vertrouwen

Wiebe vertelt over hoe hij naar zichzelf en anderen kijkt. “Als mens stranden we vaak in goede voornemens. Maar wat we nodig hebben is dat we vertrouwen op de stille aanwezigheid van God. Daarvoor heb je geduld nodig en een open oor. Je kunt jezelf de vraag stellen: hoe lang wil je wachten tot God zich aan jou openbaart? En ondertussen ontmoet je andere mensen, deelt belangrijke dingen met elkaar van hart tot hart en daarvan mag je blijven uitdelen. De kunst die ik maak is geïnspireerd, wat betekent dat het bezield is. En die bezieling komt niet uit mij, maar door mij heen van God.” Veel van de beelden die Wiebe maakt zijn menselijke figuren die uit hout tevoorschijn komen. Hij gebruikt hout dat hij vindt in de bossen, afgebroken of afgewaaide takken die op de grond terecht zijn gekomen. Het hout is niet ongeschonden, maar heeft ‘wonden’. Wat hij ervan maakt vat hij samen met de woorden: “Ik maak de wond schoon en dan komt er een mens tevoorschijn.” Zo heeft hij o.a. twee figuren bij elkaar gezet (onder) met de naam ‘De Emmaüsgangers’ en een beeld van een figuur met een schijf edelsteen, als vlam, boven op het hoofd: Pinksteren.

 

Hoe deze kunstenaar met zijn beelden en gebedsnoten anderen weet te bereiken, maakt de volgende anekdote duidelijk: “Ik was met m’n kraam met gebedsnoten en objecten eens bij een opwekkingsbijeenkomst in Vierhouten. Twee jonge mensen, die vrij in het leven stonden, waren geïnteresseerd in mijn kunst en kochten twee gebedsnoten. Ik raakte met hen in een boeiend gesprek. Een tijd later namen zij contact met mij op, omdat ze zich hadden verdiept in de Bijbel en zich wilden laten dopen. Ze waren in verschillende kerken geweest, maar voelden zich daar niet op hun plek. Ze zijn op een zondag bij me geweest en vroegen na een lang gesprek of ik hen wilde dopen. Later heb ik hen gedoopt in de IJssel. Samen met hen was een stoere broer meegekomen die de hele gebeurtenis maar niets leek te vinden. Maar jaren later nam hij contact met me op, want ook hij was tot het inzicht gekomen dat hij Jezus wilde volgen. Ook hem heb ik gedoopt, waarna er een groot feest werd gevierd. Met allemaal heb ik nog steeds contact.”

Kansen grijpen

Wiebe heeft vanaf zijn jonge jaren verschillende beroepen uitgeoefend. Oorspronkelijk wilde hij automonteur worden, maar dat verlangen stopte toen de automarkt inzakte. Vervolgens werd hij meubelmaker. Maar hij miste het contact met mensen. Hij vond een baan als onderwijsassistent op een school in Apeldoorn en verhuisde samen met zijn gezin van zijn geboorteplaats Loppersum naar Apeldoorn. Daar zag hij collega’s kunstonderwijs geven en dat inspireerde hem zo dat hij de keuze maakte om op z’n 47 ste te gaan studeren. Hij heeft op hogeschool Windesheim zijn eerstegraads bevoegdheid docent beeldende kunst gehaald. Hij vertelt daarover: “Kijk, je moet soms zoeken naar je bestemming, soms tegen beter weten in stappen zetten die je op je plek zullen brengen. Daar heb je veel voor nodig: geduld, vertrouwen en moed. Ik heb al die jaren genoten van het lesgeven aan jonge mensen. Ik kon in dat werk veel van mezelf kwijt: ik kon mijn creativiteit vormgeven en tegelijkertijd iets betekenen voor de jonge mensen die ik lesgaf. Het is de kunst om je kansen grijpen als ze zich voordoen.”

Op 14, 16 en 17 mei en van 23 tot en met 25 mei is er een tentoonstelling met het thema ‘Elkaar verstaan’. Deze wordt gehouden in vier kerken in Gelderland met kunstwerken van twintig kunstenaars, waarvan Wiebe er een is.

Voor meer informatie: Feestvandegeest.nl.

Meer info over de gebedsnoten en de kunst van Wiebe van Dingen: wiebevandingen.com/gebedsnoot

Greet Kappers, Uit de kunst – bij de buren. Veluwse Courant 12/05/26.

Artikel in de Veluwse Courant van 12 mei ‘26

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *